Gaat uit van haar, mijn volk!

"Hierna zag ik een andere engel, die grote macht had, nederdalen uit de hemel, en de aarde werd door zijn lichtglans verlicht. En hij riep met sterke stem, zeggende: Gevallen, gevallen is de grote (stad) Babylon" (Openbaring 18:1,2). "En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen. Want haar zonden hebben zich opgehoopt tot aan de hemel en God heeft aan haar ongerechtigheid gedacht" (Openbaring 18:4,5).

Babylon (of Babel) was het centrum van een wereldrijk in de oudheid. De naam betekent 'verwarring' en vindt zijn oorsprong bij de verwarring van de talen bij het bouwen van de toren van Babel.

Symbolisch stelt Babylon de verwarring van de afgoderij en de valse godsdienst voor (Jesaja 21:9; Jeremia 50:2; Openbaring 17:5). In alle tijden heeft de satan -- die oude slang, tegenstander van God en mens -- de wereld in een warboel van valse godsdiensten voorzien.

Israël werd in Babylonische ballingschap weggevoerd als straf voor haar afvalligheid en afgoderij. Gods tempel werd vernietigd. In Babylon konden de Israëlieten God niet dienen volgens Zijn woord (Psalm 137:1-4).

Vlucht uit Babel!

Daarna werd Gods volk bevolen uit Babel te vluchten en terug naar Sion te gaan. Dit had een letterlijke en een profetische betekenis. Na 70 jaar ballingschap mochten de Israëlieten in letterlijke zin terug naar Jeruzalem keren. Dit was op voorwaarde dat zij zich van hun afgoderij bekeerden om te Jeruzalem de ware godsdienst te herstellen. Nadien is er zo goed als geen afgoderij onder de Joden meer!

Dit alles had een geestelijke betekenis voor de gemeente. Deze profetische inhoud komt duidelijk naar voren in de teksten waarin Israël bevolen werd uit Babel te vluchten.

"Trekt uit Babel, ontvlucht de Chaldeeën. Verkondigt het met jubelgeklank, doet dit horen, verbreidt het tot aan het einde der aarde; zegt: De HERE heeft zijn knecht Jakob verlost" (Jesaja 48:20). Lees de verzen 12 t/m 22.

"Vertrekt, vertrekt, gaat uit vandaar; raakt het onreine niet aan, gaat weg uit haar midden, reinigt u, gij die de vaten des HEREN draagt" (Jesaja 52:11). Lees de verzen 7 t/m 12.

"Al wenend zullen zij voortgaan en de HERE, hun God, zoeken; naar Sion zullen zij vragen, op de weg hierheen zal hun aangezicht (gericht) zijn; zij komen en zoeken gemeenschap met de HERE in een eeuwig verbond, dat niet zal vergeten worden" (Jeremia 50:4,5). "Vlucht uit Babel weg en trekt uit het land der Chaldeeën" (Jeremia 50:8). "Vlucht uit Babel, laat ieder zijn leven redden; komt niet om in zijn ongerechtigheid, want dit is de tijd der wrake voor de HERE, het verdiende loon betaalt Hij hem" (Jeremia 51:6). "Wij hebben Babel trachten te genezen, maar het is niet te genezen; verlaat het en laten wij gaan, een ieder naar zijn land; want tot de hemel reikt zijn oordeel en het verheft zich tot de wolken. De HERE heeft ons recht aan het licht gebracht; komt en laten wij in Sion het werk van de HERE, onze God, verhalen" (Jeremia 51:9,10). "Trekt eruit weg, mijn volk, en laat ieder zijn leven redden voor de brandende toorn des HEREN" (Jeremia 51:45). Lees de hoofdstukken 50 en 51.

"Op, redt u naar Sion, gij die woont bij de dochter van Babel" (Zacharia 2:7).

Ook wij moeten vluchten

Ook in onze tijd wordt Gods volk bevolen uit Babel te vluchten. Wij mogen geen deel hebben aan de valse godsdiensten die ons omringen. God roept ons op om Babel te verlaten en tot Sion te komen: "En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen. Want haar zonden hebben zich opgehoopt tot aan de hemel en God heeft aan haar ongerechtigheid gedacht" (Openbaring 18:4,5).

Hoe kan Gods volk in Babel zijn? Van bepaalde mensen die het evangelie nog niet gehoord hadden, zei Jezus: "Ik heb veel volk in deze stad" (Handelingen 18:9,10). Ze verlangden naar God en hun houding was zodanig dat ze het evangelie zouden aanvaarden. Door de dienst van Paulus kregen zij de gelegenheid om daardoor redding te ontvangen.

In Zijn gebed aan de Vader zei Jezus: "Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben uw woord bewaard" (Johannes 17:6).

Cornelius is hier ook een goed voorbeeld van. Hij bad geregeld tot God en deed goede werken (Handelingen 10:4,31). Daar God dit waardeerde, zorgde Hij ervoor dat Cornelius het evangelie mocht horen. Alleen door zijn gebeden en goede werken was Cornelius echter niet gered! Hij werd bevolen: "Zend iemand naar Joppe en nodig Simon uit, die bijgenaamd wordt Petrus; deze zal woorden tot u spreken, waardoor gij en uw gehele huis behouden zult worden" (Handelingen 11:13,14).

Waarom moeten wij van Babel uitgaan? "Opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen" (Openbaring 18:5).

Wat betekent het om uit te gaan? "Vormt geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeen met wetteloosheid, of welke gemeenschap heeft het licht met de duisternis? Welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial, of welk deel heeft een gelovige samen met een ongelovige? Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden?" (2 Korintiërs 6:14-16). 'Belial' betekent 'de waardeloze' of 'de wetteloze'.

"Daarom gaat weg uit hun midden, en scheidt u af, spreekt de Here, en houdt niet vast aan het onreine" (2 Korintiërs 6:17). "Laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods" (2 Korintiërs 7:1). Lees 2 Korintiërs 6:14 t/m 7:1).

Sommigen menen dat ze met een valse godsdienst een compromis kunnen sluiten. Ze proberen Christus te dienen in het kamp van de antichrist! Ze menen dat ze innerlijk God kunnen dienen, al blijven zij in een kerk die van de leer van Christus afwijkt.

Ze vergissen zich zeer. Indien ze in Babel blijven, zullen ze met Babel omkomen. "Een ieder, die verder gaat en niet blijft in de leer van Christus, heeft God niet; wie in die leer blijft, deze heeft zowel de Vader als de Zoon. Indien iemand tot u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in uw huis en heet hem niet welkom. Want wie hem welkom heet, heeft deel aan zijn boze werken" (2 Johannes 9-11).

God waarschuwt ons

"Trekt uit Babel, ontvlucht de Chaldeeën" (Jesaja 48:20).

"Vertrekt, vertrekt, gaat uit vandaar; raakt het onreine niet aan, gaat weg uit haar midden, reinigt u, gij die de vaten des HEREN draagt" (Jesaja 52:11).

"Vlucht uit Babel weg en trekt uit het land der Chaldeeën" (Jeremia 50:8).

"Vlucht uit Babel, laat ieder zijn leven redden; komt niet om in zijn ongerechtigheid, want dit is de tijd der wrake voor de HERE, het verdiende loon betaalt Hij hem" (Jeremia 51:6).

"Wij hebben Babel trachten te genezen, maar het is niet te genezen; verlaat het en laten wij gaan" (Jeremia 51:9).

"Trekt eruit weg, mijn volk, en laat ieder zijn leven redden voor de brandende toorn des HEREN" (Jeremia 51:45).

"Op, redt u naar Sion, gij die woont bij de dochter van Babel" (Zacharia 2:7).

"Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen" (Openbaring 18:4).

Roy Davison

De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).