Het gezantschap van de apostelen en profeten berust op het gezag van Christus. Apostelen
en profeten werden door Jezus uitgezonden. Uit zijn volgelingen heeft Hij twaalf mannen gekozen om als apostel te dienen: "En Hij
stelde er twaalf aan, opdat zij met Hem zouden zijn en opdat Hij hen zou uitzenden om te
prediken, en om macht te hebben boze geesten uit te drijven" (Marcus 3:14,15). Naast de apostelen heeft Hij ook profeten uitgezonden: "Daarom zegt ook de wijsheid
Gods: Ik zal tot hen zenden profeten en apostelen en van hen zullen zij sommigen doden en
vervolgen, opdat van dit geslacht afgeëist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is
sinds de grondvesting der wereld" (Lucas 11:49,50). Hieruit blijkt dat Jezus uitsluitend tijdens dat geslacht (dus in de eerste eeuw) apostelen
en profeten heeft uitgezonden. De twaalf apostelen kennen wij. Maar wie wordt met 'de profeten' bedoeld? Matteüs en
Johannes waren apostelen. Marcus en Lucas waren echter geen apostelen, maar wel profeten. Het geheimenis van het evangelie werd in de eerste eeuw aan apostelen en profeten
geopenbaard, zoals Paulus uitlegde: "Gij hebt immers gehoord van de bediening door Gods
genade mij met het oog op u gegeven: dat mij door openbaring het geheimenis bekendgemaakt
is, gelijk ik boven in het kort daarvan schreef. Daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen
van mijn inzicht in het geheimenis van Christus, dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend
is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de
heiligen, zijn apostelen en profeten" (Efeziërs 3:2-5). God heeft bevolen dat deze boodschap aan alle volken door middel van heilige Schriften
bekendgemaakt zou worden. Dit zegt Paulus in Romeinen 16:25,26 waar hij spreekt over het
"evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van het geheimenis,
eeuwenlang verzwegen, maar thans geopenbaard en door profetische schriften volgens bevel van
de eeuwige God tot bewerking van gehoorzaamheid des geloofs bekendgemaakt onder alle
volken". Deze apostelen en profeten die Jezus heeft uitgezonden, vormen samen met Hem het
fundament van de gemeente: "gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl
Christus Jezus zelf de hoeksteen is" (Efeziërs 2:20). Ook in Openbaring 21:14 lezen wij dat Sion
gevestigd is op het fundament van de twaalf apostelen. Hoeveel keren moet het fundament van een gebouw gelegd worden? Slechts één keer.
Hierop wordt dan verder gebouwd. Wat zou u van een bouwmeester denken die bovenop de
derde verdieping nog een fundament wilde leggen? De oorspronkelijke apostelen en profeten,
samen met Christus, zijn het fundament van de gemeente waarop wij voortbouwen. Mensen in
onze tijd die beweren apostelen of profeten te zijn, zijn dwaalleraars die met Gods fundament niet
tevreden zijn. Het gezag van de apostelen berust op leiding door de Heilige Geest. Jezus zei aan zijn apostelen: "Het woord, dat gij hoort, is niet van Mij, maar van de Vader,
die Mij gezonden heeft. Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u verblijf; maar de Trooster,
de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen
brengen al wat Ik u gezegd heb" (Johannes 14:24,25). "Wanneer de Trooster komt, die Ik u
zenden zal van de Vader, de Geest der waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij
getuigen; en gij moet ook getuigen, want gij zijt van het begin met Mij" (Johannes 15:26,27). Let op dat Jezus deze woorden aan zijn apostelen sprak die 'van het begin' met Hem waren.Alleen de apostelen en profeten in de eerste eeuw werden rechtstreeks door Gods Geest geleid.
Mensen in onze tijd die deze tekst op zichzelf toepassen, zijn valse profeten, want zij waren niet
met Jezus vanaf het begin. Nadat Jezus "aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen
had gegeven" (Handelingen 1:2) ging Hij terug naar zijn Vader. Hij had hun gezegd: "gij zult
kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te
Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde" (Handelingen 1:8). Op de
Pinksterdag werd de Heilige Geest uitgestort om de apostelen te leiden. [Zie ook 1 Petrus 1:12.] Net zoals het gezag van Christus door wonderen en tekenen bewezen werd, zo heeft God
ook het woord van de apostelen door wonderen en tekenen bevestigd. "Zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here medewerkte en het woord bevestigde
door de tekenen, die erop volgden" (Marcus 16:20). "Hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil, dat
allereerst verkondigd is door de Here, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze
ons is overgeleverd, terwijl ook God getuigenis daaraan geeft door tekenen en wonderen en
velerlei krachten en door de heilige Geest toe te delen naar zijn wil" (Hebreeën 2:3,4). Wonderen en tekenen gebeurden door de handen der apostelen als bevestiging van hun
getuigenis (Handelingen 2:43; 4:33; 5:12). Anderen die wonderen en tekenen deden, kregen die
gaven door de handoplegging van de apostelen (Handelingen 6:5,6,8; 8:6,18; 19:6; 2 Timoteüs
1:6). Niet alle gelovigen zijn apostelen (1 Korintiërs 12:29). Net zoals Simon de Tovenaar van
de apostelen macht wilde kopen om de Heilige Geest te geven (Handelingen 8:18-24), zo zijn er
ook in onze tijd mensen die beweren deze macht van de apostelen te bezitten. Ze menen de
Heilige Geest te kunnen geven door handoplegging, wonderen en tekenen te verrichten, en
geïnspireerde boodschappen van God ontvangen te hebben. Ik heb zelfs van iemand gehoord die in de gemeente durfde te beweren dat God hem had
geopenbaard dat een bepaalde zieke broeder zou genezen. Die broeder is gestorven. Keert uw af
van zulke mensen. Zij zijn valse leraars, die voor apostel of profeet willen spelen. Ze zijn
opstandelingen tegen het gezag van Christus en de apostelen. Aan de Korintiërs schreef Paulus: "De tekenen van een apostel zijn bij u verricht met alle
volharding, door tekenen, wonderen en krachten" (2 Korintiërs 12:12). Wat Paulus hier zegt heeft
niet alleen betrekking op de tekenen die hij persoonlijk verrichte, maar ook op de tekenen in de
gemeente verricht door mensen op wie hij de handen had gelegd. Indien deze gaven op een andere
wijze dan door de handoplegging van de apostelen bekomen konden worden, hoe konden zij nog
tekenen van een apostel zijn? De apostelen en profeten hebben niet hun eigen woorden verkondigd, maar het woord van
God. Toen Jezus de twaalf uitzond zei Hij hun: "Wanneer zij u overleveren, maakt u dan niet
bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in die ure gegeven worden wat gij spreken
zult; want gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest uws Vaders, die in u spreekt" (Matteüs
10:20). Let nogmaals goed op. Deze woorden werden aan de apostelen gericht, die rechtstreeks
door de Heilige Geest geleid werden. Zij zijn niet op ons van toepassing. Pas op voor valse leraars
in onze tijd die deze woorden op zichzelf toepassen om hun valse boodschap kracht bij te zetten. Het woord van de apostelen is het woord van God. Zoals Paulus aan de Korintiërs schreef:
"Indien iemand meent een profeet of geestelijk mens te zijn, laat hij dan wèl weten, dat hetgeen
ik u schrijf, een gebod des Heren is. Maar als iemand hiermede niet rekent, dan wordt met hem
niet gerekend" (1 Korintiërs 14:37,38). Daarom dienen wij ook te blijven volharden in het onderwijs der apostelen (Handelingen
2:42), want het onderwijs der apostelen, dat tot ons door de Heilige Schrift komt, is niets anders
dan het onderwijs van Christus, het woord van God, want de apostelen en profeten hebben onder
leiding van Gods Geest geschreven. De Vader heeft zijn eniggeboren Zoon gezonden om ons te redden. Jezus heeft nu alle
macht in hemel en op aarde. De Heilige Geest heeft aan de apostelen en profeten het evangelie
geopenbaard. Gods woord komt nu tot ons door de Heilige Schriften. Christus met zijn apostelen
en profeten vormen het fundament van de gemeente waarop nu wordt voortgebouwd.
Roy Davison
De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).