Mogen christenen hoogdagen vieren?

Paulus schreef aan de Galaten: "Nu gij echter God hebt leren kennen, ja, meer nog, door God gekend zijt, hoe kunt gij thans terugkeren tot die zwakke en armelijke wereldgeesten, waaraan gij u weder van meet aan dienstbaar wilt maken?" (Galaten 4:9).

Waarover ging deze strenge vermaning? Ze vierden hoogdagen! "Dagen, maanden, vaste tijden en jaren neemt gij waar. Ik vrees, dat ik mij wellicht tevergeefs voor u ingespannen heb" (Galaten 4:10).

Onlangs las ik in een tijdschrift: "Ik zit dit te schrijven zes dagen na de Eerste Paasdag. Iedereen die in Jezus Christus gelooft, vierde en herkende die dag!" "Binnenkort vieren we weer het Pinksterfeest. Een ontzettend belangrijke feestdag. Namelijk de geboortedag van de kerk/gemeente".

Volgens deze schrijver staan mensen (zoals ik) die hoogdagen niet vieren buiten de kring der gelovigen! Volgens Paulus zijn mensen die dergelijke dagen vieren, teruggekeerd naar de zwakke en armelijke wereldgeesten!

De meeste mensen in de 'christenheid' vieren Pasen, Pinksteren en Kerstfeest zonder besef dat dit verkeerd is. Zij kennen de Schrift te weinig om te weten dat deze feesten geen deel van het christelijk geloof uitmaken.

Zij weten niet b.v. dat de Joodse Pinksterdag waarover men in de Schrift leest, heel anders is dan de Katholieke 'Pinksteren' die door vele Protestantse Kerken ook wordt gevierd. Zowel de datum als de vieringswijze zijn verschillend!

De Joodse feesten waarover wij in de Schrift lezen, zoals het Pascha en het Pinksterfeest, gelden niet voor christenen. Paulus schreef aan de broeders te Kolosse: "Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is" (Kolossenzen 2:16). Deze feesten waren slechts een voorafbeelding van de werkelijkheid die moest komen, namelijk, Christus. Jezus is ons paaslam. Paulus schreef aan de geheiligden te Korinte: "Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een vers deeg moogt zijn; gij zijt immers ongezuurd. Want ook ons paaslam is geslacht: Christus. Laten wij derhalve feest vieren, niet met oud zuurdeeg, noch met zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid" (1 Korintiërs 5:7,8). Jezus is ons paaslam, niet één dag per jaar, maar alle dagen.

Volgens Romeinen 14:5,6 is het waarderen van bepaalde dagen een zuiver persoonlijke aangelegenheid die met het geloof niets te maken heeft - te vergelijken met het eten of het niet eten van vlees: "Deze [immers] stelt de ene dag boven de andere, gene stelt ze alle gelijk. Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd. Wie aan een bepaalde dag hecht, doet het om de Here, en wie eet, doet het om de Here, want hij dankt God."

Wat is het verschil tussen het waarderen van alle dagen of bepaalde dagen, dat volgens deze tekst wordt toegelaten, en het vieren van hoogdagen dat in Galaten 4:10 wordt verboden? In het eerste geval is het een zuivere persoonlijke aangelegenheid, zoals het eten van een maaltijd. In het tweede geval is het een viering van bepaalde dagen als geloofszaak! Wij mogen eten en drinken. Wij mogen eens feestvieren. Maar toen de Korintiërs een dergelijke feest bij de tafel des Heren bouwden, werden zij veroordeeld (1 Korintiërs 11).

Indien iemand op Kerstmis als vrije dag een feest met zijn gezin of familie wil hebben, is dat niet verkeerd. Bij dergelijke aangelegenheden dankt men God voor Zijn milde gaven van spijs en drank. Maar het is wèl verkeerd die dag als een christelijke hoogdag te vieren.

Sommigen beseffen dat de zogenaamde christelijke hoogdagen nergens in de Schrift voorkomen, maar zij menen dat dergelijke tradities toch onschuldig of zelfs nuttig zijn.

Ten tijde van Jezus dachten vele Joden ook zo. Zij vereerden God op basis van tradities. Maar Jezus zei hun: "Huichelaars, terecht heeft Jesaja over u geprofeteerd, zeggende: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn" (Matteüs 15:7-9).

Waarom sprak Jezus zulke harde woorden tegen die mensen? Omdat zij het gebod Gods verwaarloosden door het houden van eigen tradities (Marcus 7:8).

Tradities komen niet van God, maar van "zwakke en armelijke wereldgeesten". Wanneer iemand God op basis daarvan vereert, geeft hij te kennen dat hij Gods woord veracht.

Bij het vereren van God zijn wij niet vrij zomaar alles te doen waar wij zin in hebben. Paulus wilde de gelovigen te Korinte leren "niet te gaan boven hetgeen geschreven staat" (1 Korintiërs 4:6).

Gods woord is maatgevend. Bij onze eredienst mogen wij uitsluitend doen wat God van ons vraagt. Pasen, Pinksteren en Kerstmis zijn niet van God, maar van de mensen; deze hoogdagen zijn niet van boven maar van beneden. God heeft ons nooit gevraagd dergelijke dagen te vieren. Wanneer wij dit wèl doen, stellen wij meer belang in de tradities van mensen dan in het woord van God.

Wie God volgens menselijke geboden vereert, mag luide woorden van lof met zijn lippen uitspreken, maar zijn hart is ver van God verwijderd. Menselijke tradities zijn soms indrukwekkend - voor mensen dan - maar niet voor God. Voor Hem zijn ze een gruwel, want daardoor vereren de mensen maar zichzelf. Zij verheffen hun tradities boven Gods woord.

De Schrift zegt ons hoe wij God moeten dienen. "Zijn goddelijke kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht" (2 Petrus 1:3). Wat geen deel van de kennis van Christus uitmaakt, strekt niet tot leven en godsvrucht.

Pasen, Pinksteren en Kerstmis zijn bij de leer van Christus onbekend. Het vieren van deze dagen strekt niet tot leven en godsvrucht. Wie dergelijke hoogdagen viert, keert terug tot de zwakke en armelijke wereldgeesten.

De Schrift is een volledige leidraad voor wie God wil dienen. Aan Timoteüs schreef Paulus: "Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wèl bewust van wie gij het hebt geleerd, en dat gij van kindsbeen af de Heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus" (2 Timoteüs 3:14,15).

Wij moeten blijven bij de leer van Christus die ons is toevertrouwd. Wij mogen er niets aan toevoegen. Wij mogen niet verder gaan dan wat geschreven staat. Gods woord moeten wij bewaren en daarbij blijven. De Heilige Schriften kunnen ons wijs maken tot zaligheid.

Paulus vervolgt: "Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust" (2 Timoteüs 3:16,17).

Toerusting tot alle goed werk vindt u in de Schrift. Indien u bij uw eredienst iets doet dat niet door de Schrift voor christenen wordt voorgeschreven, doet u iets dat géén goed werk is.

Pasen, Pinksteren en Kerstmis worden nergens in de Schrift voor christenen voorgeschreven. Het vieren daarvan is geen goed werk maar een terugkeer tot de zwakke en armelijke wereldgeesten.

"Nu gij echter God hebt leren kennen, ja, meer nog, door God gekend zijt, hoe kunt gij thans terugkeren tot die zwakke en armelijke wereldgeesten? Dagen, maanden, vaste tijden en jaren neemt gij waar. Ik vrees, dat ik mij wellicht tevergeefs voor u ingespannen heb" (Galaten 4:9,10).

Roy Davison

De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).