Goed Nieuws

God schiep de mensen naar Zijn beeld (Genesis 1:27) maar ze zijn van de goede weg afgedwaald (Prediker 7:29). Allen zondigen en missen Gods heerlijkheid (Romeinen 3:23). De meesten zijn òf volstrekt goddeloos geworden, òf onverschillig tegenover hun Schepper, wat even erg is. In ieder geslacht zijn er maar weinigen die God dienen.

Vierduizend jaar geleden, in het tiende geslacht na Noach, leefde er een man die Abraham heette. Hij was gelovig. Hij diende God en onderhield Zijn geboden (Genesis 26:5). "En hij geloofde in de Heer, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid" (Genesis 15:6).

God beloofde Abraham dat alle volken eens met zijn nageslacht gezegend zouden worden (Genesis 22:18).

Jakob, de kleinzoon van Abraham, had twaalf zonen die de stamvaders van het volk Israël zijn geworden.

Vierhonderd jaar na de tijd van Abraham waren de Israëlieten - als inwijkelingen in Egypte - een talrijk volk geworden, maar ook een slavenvolk, want de Egyptenaren hadden hen tot slaven gemaakt.

Zij baden om hulp. God stuurde Mozes om hen te redden. Hij gaf ook een wet. Mozes was de bevrijder en wetgever voor Israël. Hij voorspelde dat God ooit een andere Profeet zou zenden, iemand zoals hij, en dat iedereen naar die Profeet moet luisteren (Deuteronomium 18:15-19).

Ongeveer 500 jaar na de uittocht uit Egypte werd David de tweede koning van Israël. God beloofde David dat hij een nakomeling zou hebben die een eeuwig koninkrijk zou stichten, een koninkrijk van vrede en gerechtigheid (2 Samuël 7:12; Psalm 110:2; 132:11).

Door de eeuwen heeft God aan Israël profeten gezonden, die de komst van deze Koning voorspelden, de Messias of Christus, wat "Gezalfde" betekent.

De Babyloniers, de Meden en Perzen, de Grieken, en de Romeinen volgden elkaar op als overheersers van de wereld.

Ongeveer 1000 jaar na de dood van Koning David, toen Augustus in Rome keizer was, werd te Betlehem - door de macht van Gods Geest - een jongentje uit een maagd geboren, en nakomeling van David. Zijn naam was Jezus. Bij Zijn geboorte verkondigden engelen dat Hij de beloofde Koning was, die op aarde vrede en gerechtigheid zou brengen.

Ongeveer 29 jaar later begon Johannes de Doper een boodschap van bekering te prediken. Iedereen moest zich klaarmaken voor de grote Koning, de Christus, die op komst was. Ze moesten zich afwenden van hun zonden en zich laten dopen.

Een jaar later kwam Jezus tot Johannes om gedoopt te worden. Nadat Hij gedoopt werd, daalde de Heilige Geest op Hem neer. God getuigde vanuit de hemel dat deze Jezus Zijn beminde Zoon is. Johannes de Doper getuigde eveneens dat Jezus de Christus is, het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt.

Gedurende drie jaar predikte Jezus Gods woord en deed vele wonderen. Zijn woorden en daden bewezen wie Hij was.

De profeten hadden voorspeld dat de Christus zou lijden, dat Hij door zijn eigen volk verworpen en gedood zou worden. Dit kwam uit, want de leiders waren jaloers omdat Jezus populair was. Zij namen Hem gevangen en leverden Hem aan Pilatus, de Romeinse stadhouder, over, om Hem te laten kruisigen. Pilatus wilde Jezus loslaten, want hij wist dat Hij onschuldig was. Maar uit vrees voor het volk, liet hij Jezus toch kruisigen.

Jezus hoefde niet te sterven. Hij was zonder zonde. Als Gods Zoon had Hij twaalf legioenen engelen ter hulpe kunnen roepen. Maar Hij liet zich kruisigen om de straf voor onze zonden op zich te nemen. Hij stierf om ons van de dood te bevrijden.

Jezus' volgelingen dachten dat alles mislukt was. De voorspellingen van de profeten en van Jezus zelf, hadden zij niet begrepen. Er werd niet alleen voorspeld dat de Christus zou sterven maar ook dat hij zou opstaan!

Jezus is verrezen! Tijdens veertig dagen verscheen Hij aan zijn vrienden.

Toen nam Hij plaats aan de rechterhand van Zijn Vader. Vóór Hij wegging, had Hij zijn volgelingen bevolen in de hele wereld het goed nieuws te vertellen dat Hij verrezen is en dat mensen door Hem vergeving van zonden kunnen ontvangen. Wie gelooft en zich laat dopen zal behouden worden; wie niet gelooft zal verloren gaan (Marcus 16:15,16).

Tien dagen na Zijn hemelvaart, kwam de Heilige Geest op de apostelen in Jeruzalem. Zij verkondigden dat Jezus aan Gods rechterhand verhoogd is.

Toen de toehoorders beseften dat zij de Christus hadden gekruisigd, waren zij diep in hun hart getroffen. Ze riepen: Wat moeten wij doen? Het antwoord van Petrus was: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen (Handelingen 2:38). Allen die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen.

Gods heil was gekomen.

Overal predikten de gelovigen het goed nieuws van redding door het bloed van Christus. Ze riepen de mensen op tot bekering. Wie geloofde, werd gedoopt. De doop is een onderdompeling in water als deelname aan de begrafenis en opstanding van Jezus (Romeinen 6:1-4).

Nu zijn we tweeduizend jaar verder. Velen noemen zich christen, maar weinigen zijn echte volgelingen.

Jezus voorspelde dat velen Zijn naam zouden misbruiken om verkeerde dingen te leren en te doen. In onze dagen zijn er weinigen die echt in God geloven, weinigen die Jezus echt volgen. De meesten volgen tradities van mensen in plaats van de leer van Christus.

De doop in de naam van Jezus tot vergeving van zonden is door een doopsel vervangen dat waardeloos is omdat het met de ware doop niet overeenkomt. Een geldige doop moet op persoonlijk geloof gefundeerd zijn. De ware doop moet het gevolg van berouw en bekering zijn. Men kiest bewust voor God en Zijn Zoon Jezus Christus. Alleen op basis van persoonlijk geloof en bekering wordt men echt wedergeboren uit water en Geest.

De mensen hebben veel veranderd, maar Gods woord verandert niet. Christus' bloed is even krachtig. Wie gelooft en zich bekeert, wie Christus belijdt, wie zich laat dopen tot vergeving van zonden wordt door Gods genade gered; hij maakt deel uit van de gemeente van Christus.

Laat u redden uit dit verkeerd geslacht. Jezus is de Leidsman ten leven. De belofte is voor iedereen. Al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden. "De behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden" (Handelingen 4:12).

Wenst u behouden te worden? Wenst u het eeuwig leven te beërven? Hebt berouw; gelooft in Jezus; laat u dopen in Zijn naam; wordt lid van Zijn gemeente.

Roy Davison

De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).