Ten eerste, het is niet onze taak om als Christus of als Apostel op te treden. Jezus heeft
voorspeld dat er vele valse christussen en vele valse profeten en leraars zouden opstaan. Wij
moeten oppassen dat wij zelf geen dwaalleraars zijn, en dat wij ons door dergelijke bedriegers niet
laten misleiden. Te Rome woont er een vrijgezel die beweert de plaatsbekleder van Christus te zijn.
Dit is niet waar, want Christus heeft geen plaatsbekleder nodig. Jezus zei toch: "Zie, ik ben met
u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld" (Matteüs 28:20). Aangezien Jezus zelf bij ons is,
heeft Hij geen plaatsbekleder nodig. Die man beweert ook nog de opvolger van Petrus te zijn. Dat is ook niet waar, want
nergens in de Schrift lezen wij dat Petrus een opvolger moest hebben. En hoe kan hij de
opvolger van Petrus zijn? Petrus was één van de 12 Apostelen en was getuige van de opstanding
van Jezus. Die man te Rome is geen Apostel en is geen getuige van de opstanding. Hoe kan hij dan
een opvolger van Petrus zijn? Enkele jaren geleden was er in Holland een visboer die beweerde Christus te zijn. Hij is
intussen overleden en is niet na drie jaar weer opgestaan, zoals zijn volgelingen voorspelden. Maar ook in onze gemeenten kunnen er valse christussen zijn. Er kan iemand zijn die zich
het gezag van Christus wil toeëigenen, iemand zoals Diotrefes, die trachtte de eerste te zijn
(3 Johannes 9). In bepaalde gemeenten van Christus zijn er ook mensen binnengeslopen die zich als
'discipler' (leermeester) van andere christenen installeren. Ze plegen de plaats van Christus in het
leven van een medechristen in te nemen. Pas op voor dergelijke mensen. Het is niet onze taak om als Christus op te treden. Valse apostelen mogen wij ook niet zijn, zoals sommigen die beweren dat God
rechtstreeks tot hen spreekt, en via hen boodschappen doorgeeft. Wij mogen ons niet door
dergelijke mensen laten verleiden, want ze spreken de waarheid niet. Vooreerst bedriegen ze
zichzelf, en daarna proberen ze ook anderen te bedriegen. Als datgene wat ze beweren in de
Schrift staat, dan is er geen openbaring voor nodig. Indien ze iets beweren wat niet in de Schrift
staat, dan mogen wij het niet geloven! Want door de Schriften worden wij tot alle goed werk
volkomen toegerust (2 Timoteüs 3:14-17). Wij dienen ons aan het gezag van Christus en zijn apostelen te onderwerpen, en niet zelf
als valse christussen of valse apostelen op te treden. Deze boodschap breng ik u, niet als een Christus, niet als een apostel, ook niet als een
profeet, maar als een prediker van het evangelie van Jezus Christus. Als ik iets zeg dat niet door
de Heilige Schrift bevestigd kan worden, neem het niet aan. Wat is onze taak dan wel in deze wereld? Wat heeft Jezus ons bevolen? "Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. Wie
gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden"
(Marcus 16:15,16). "Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des
Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.
En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld" (Matteüs 28:19,20). Wij zijn gezonden om het evangelie te verkondigen. Niet zomaar een evangelie, maar
het evangelie. Een verdraaid evangelie, is geen evangelie. Zoals Paulus aan de Galaten schreef:
"Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen
heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie. Er zijn echter sommigen,
die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. Maar ook al zouden
wij, of een engel uit de hemel, [u] een evangelie verkondigen afwijkend van hetgeen wij u
verkondigd hebben, die zij vervloekt!" (Galaten 1:6-8). Wij moeten tot het uiterste strijden "voor het
geloof, dat eenmaal de heiligen overgeleverd is" (Judas 3). Paulus zei: Ik schaam mij het evangelie niet; want het is Gods kracht tot behoud voor een
ieder die gelooft (Romeinen 1:16). Men wordt niet gered, behalve door het evangelie van
Christus. Zò kunt u ook een onderscheid maken tussen de weinigen die inderdaad door God
gezonden zijn, en de vele zendelingen van de satan. Wie door God gezonden is, spreekt de
woorden Gods (Johannes 3:34). "Gaat heen in de gehele wereld." Het evangelie is voor iedereen. Alle mensen op aarde
worden bevolen het evangelie aan te nemen en God te aanbidden. Dit bevel komt van Hem
die hemel en aarde geschapen heeft. Hij heeft alle macht. "En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig
evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam
en taal en natie; en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn
oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen
gemaakt heeft" (Openbaring 14:6,7). "Bekeert u en gelooft het evangelie" is de boodschap waarmee wij naar alle mensen op
aarde gezonden zijn (Marcus 1:15; Lucas 24:47; Handelingen 17:30). Met welke boodschap worden wij naar atheïsten gezonden? "Bekeert u en gelooft het
evangelie." Soms hoort men de tegenwerping: Het heeft geen zin om met de Schrift af te komen
als u met een atheïst spreekt, want hij gelooft daar toch niet in. Nou, misschien niet. Maar dat is
zijn enige hoop, want "zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn. Want wie
tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken"
(Hebreeën 11:6). Als u Gods woord aan hem niet verkondigt, wat zult u dan wèl verkondigen?
Uw eigen woorden? Of de woorden van één of ander filosoof? Wat heeft hij daar aan? "Zo is dan
het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus" (Romeinen 10:17). Door de schepping en door de Schrift geeft God bewijzen genoeg van zijn bestaan.
Atheïsten geloven niet omdat ze niet willen geloven, omdat ze het bewijs verwerpen. "Want
hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de
schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging
hebben" (Romeinen 1:20). Ongelovige, bekeert u en gelooft het evangelie. Open uw ogen voor God die overal is. Met welke boodschap worden wij naar aanhangers van de niet-christelijke godsdiensten
gezonden? "Bekeert u en gelooft in Christus!" Zoals Petrus verklaarde: "De behoudenis is in
niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven,
waardoor wij moeten behouden worden" (Handelingen 4:12). Uw godsdienst kan u niet redden,
al zijn er goede kanten aan, en al hebt u bepaalde bekwame leiders. Lees het goed nieuws over
Jezus in de Schrift. U zult ontdekken dat er niemand is in uw godsdienst zoals Hij, en dat zijn leer
groter is dan de uwe. Hij is de Enige die God Almachtig naar deze wereld als Redder gezonden
heeft. Bekeert u en gelooft in Jezus. Met welke boodschap worden wij naar de christenheid gezonden? "Bekeert u en gelooft
het evangelie!" Jezus heeft het voorspeld. Vele valse profeten zijn opgestaan en velen hebben zij
misleid (Matteüs 24:11). De grote afval waarover Paulus schreef, is gekomen (2 Tessalonicenzen
2:3). De afvallige christenheid vinden wij terug bij de grote hoer en haar dochters in Openbaring 17. Gehoorzaamt Gods woord: "Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap
hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen. Want haar zonden hebben zich opgehoopt
tot aan de hemel" (Openbaring 18:4,5). Rooms-Katholieken, bekeert u en gelooft het evangelie. De kerk waarvan u lid bent is niet
de kerk van Christus, maar een afvallige kerk. Haar boodschap van redding door verdienstelijke
werken, brengt geen heil, want redding komt door genade, niet door omkoperij. Bekeert u van
uw afgoderij: het vereren van paus, overleden heiligen, en beelden. Bekeert u van uw
aardsgezinde eredienst: de mis (waarin het offer van Christus tot een schouwspel wordt gemaakt),
het branden van kaarsen en wierook, het bespelen van muziekinstrumenten. Bekeert u. Stelt uw
vertrouwen in de levende Christus, die geen plaatsvervanger nodig heeft. Onderwerpt u aan zijn
gezag en het gezag van zijn Apostelen; onderwerpt u aan de Heilige Schrift, het woord van God. Protestanten, bekeert u en gelooft het evangelie. Gij zijt van Sodom uitgegaan, maar hebt
u omgekeerd, en zijt een zoutpilaar geworden. De kerk waarvan u lid bent is niet de kerk van
Christus, maar is een afvallige kerk. U volgt de tradities van mensen i.p.v. het woord van God. Evangelischen, bekeert u en gelooft het evangelie. Uw boodschap
van redding door geloof alleen, brengt geen heil, want geloof alleen, is dood geloof (Jakobus
2:14-26), en dood geloof kan niemand redden. Jehova's Getuigen, bekeert u en gelooft het evangelie. Het Wachttoren Genootschap is een
ontrouwe slaaf, die zijn medeslaven slaat en slecht voedsel uitdeelt (Matteüs 24:48-51). Adventisten, bekeert u en gelooft het evangelie. De 'Adventist Kerk van de Zevende Dag'
is niet de kerk van Christus. Mevrouw White was een valse profetes. De tien geboden zijn een
bediening des doods (2 Korintiërs 3:7). Als u uw heil daarin zoekt, zult u sterven. Jezus heeft een
beter verbond gebracht, waarin het sabbatgebod niet voorkomt (Kolossenzen 2:16,17). Mormonen, bekeert u en gelooft het evangelie. Uw 'Kerk van Jezus Christus van de
heiligen der laatste dagen' is niet de kerk van Christus. Het geloof is slechts "eenmaal de heiligen
overgeleverd" (Judas 3). Joseph Smith was een valse profeet, uw apostelen zijn valse apostelen
(Handelingen 1:21,22), en het boek van Mormoon is zuiver bedrog. U bent verloren. Gods boodschap aan iedereen is: "Bekeert u en gelooft het evangelie." "Wie gelooft en
zich laat dopen zal behouden worden, wie niet gelooft zal verloren gaan." Met welke boodschap worden wij naar onze broeders en zusters in Christus gezonden?
Het bevel van Christus luidt: "Leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb" (Matteüs 28:19). Alleen al omdat een bepaalde gemeente zich gemeente van Christus noemt, betekent nog
niet dat zij het ook is. Om een echte gemeente van Christus te zijn, moeten wij ons werkelijk
onderwerpen aan het gezag van Christus en zijn apostelen. In onze aanbidding en in de leiding van
de gemeente mogen wij uitsluitend doen wat Jezus ons bevolen heeft. Wij mogen ons van geen
Roomse of heidense vormen van aanbidding bedienen. Wij mogen ook niet aanbidden zoals wij
zelf goedvinden. Wij moeten God vereren op een Hem welgevallige wijze (Hebreeën 12:28) en
niet zoals van Israël werd gezegd ten tijde van Christus: "Dit volk eert Mij met de lippen, maar
hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren die geboden van
mensen zijn" (Matteüs 15:8,9). Sommige christenen zijn verliefd op deze wereld en zijn aardsgezind. Voor sommigen zijn
de rijkdommen van Egypte van groter belang dan de smaad van Christus. Sommige christenen hebben een compromis met de antichrist gesloten, en verloochenen
Christus doordat zij proberen goede maatjes met iedereen te blijven. Sommige christenen zijn immoreel en brengen grote oneer aan Christus: "Dwaalt niet!
Hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandjongens, knapenschenders, dieven,
geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters, zullen het Koninkrijk Gods niet beërven. En
sommigen uwer zijn dat geweest. Maar gij hebt u laten afwassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij
zijt gerechtvaardigd door de naam van de Here Jezus Christus en door de Geest van onze God"
(1 Korintiërs 6:8-11). Waar nodig, dienen wij elkaar tot bekering te roepen. "Laten wij op elkander acht geven
om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken" (Hebreeën 10:24). Wat is onze zending? Zelf ons volledig aan het gezag van Christus en zijn Apostelen te
onderwerpen; zijn boodschap van bekering en heil aan de wereld te verkondigen; en elkaar aan
te sporen tot liefde en goede werken. "En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en
op [de] aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam
des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen
heb. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld" (Matteüs 28:18-20).
Amen.
Roy Davison
De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).