Op de eerste dag van de week
Op verschillende plaatsen in het Nieuwe Testament is er sprake van de eerste dag van de week. Wat was de betekenis van deze dag voor de oorspronkelijke gelovigen?
Welke dag is de eerste dag van de week? De eerste dag van de week is de dag na de sabbat (zie Matteüs 28:1). Aangezien de sabbat is wat wij zaterdag noemen, is zondag de eerste dag van de week.
Soms wordt beweerd dat de eerste dag van de week de christelijke sabbat is. Deze is echter geen juiste stelling. In de Schrift wordt er helemaal geen verband gelegd tussen de sabbat en de eerste dag van de week. Deze zijn twee afzonderlijke dagen.
Beschouwden de eerste christenen de eerste dag van de week als hoger of heiliger dan andere dagen? Eigenlijk niet. "Deze immers stelt de ene dag boven de andere, gene stelt ze alle gelijk. Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd. Wie aan een bepaalde dag hecht, doet het om de Here, en wie eet, doet het om de Here, want hij dankt God; en wie niet eet, laat het na om de Here en ook hij dankt God" (Romeinen 14:5,6).
Een volgeling van Christus geeft zijn lichaam als levend offer aan God (Romeinen 12:1) dus zijn voor hem alle dagen heilig!
Zijn de aanduidingen van de eerste dag van de week in het Nieuwe Testament zuiver toevallig, of heeft deze dag een bijzondere betekenis voor christenen?
In gans het Oude Testament wordt er geen melding van "de eerste dag van de week" gemaakt. Wellicht zijn vele zaken op de eerste dag van de week gebeurd, maar dat werd nooit vermeld omdat het van geen belang was. Wel is er sprake van "de eerste dag van de maand" omdat bepaalde feesten op die dag werden gehouden.
Tijdens gans het leven van Jezus wordt er ook geen melding van de eerste dag van de week gemaakt. Wel kan men soms uitrekenen dat een bepaalde gebeurtenis op de eerste dag van de week heeft plaatsgenomen. In Lucas 4:40,41 (//Marcus 1:32-34) b.v. lezen wij dat Jezus velen genas, nadat de zon onderging na de sabbat. De volgende ochtend, heel vroeg, nog diep in de nacht, stond Jezus op en ging naar een eenzame plaats om te bidden (Marcus 1:35; Lucas 4:42). Dit was op de eerste dag van de week. Toch werd er geen melding van gemaakt omdat het van geen enkel belang was dat die dingen op de eerste dag van de week gebeurden. De Schrift is beknopt en wat niet ter zake is, wordt ook niet vermeld.
Dus bij het beschrijven van meer dan 4000 jaar menselijke geschiedenis, heeft de Heilige Geest nooit vermeld dat iets op de eerste dag van de week is gebeurd.
Maar bij het beschrijven van één bepaalde dag in de geschiedenis van de wereld, heeft de Heilige Geest er wel heel duidelijk op gewezen, dat het op de eerste dag van de week was. In alle vier Evangeliën, zonder uitzondering, wordt er vermeld dat Jezus op de eerste dag van de week uit het graf is opgestaan!
Dit was geen toeval. De eerste dag van de week had een betekenis voor de eerste christenen, omdat op die dag Jezus uit het graf herrees.
Dit kunnen wij op een andere wijze illustreren.
Wat antwoordt u wanneer iemand u vraagt: "Op welke dag werd u geboren?" Omdat wij in Europa onze geboorte jaarlijks vieren, zult u de dag van het jaar antwoorden. Maar iemand uit Ghana zou misschien de dag van de week antwoorden, want in zijn cultuur is de dag van de week waarop iemand geboren werd van groot belang.
Stel voor dat overal waar in het Nieuwe Testament "op de eerste dag van de week" staat, er in de plaats van stond "op de 16de dag van de maand". (Wij weten niet eens met zekerheid op welke dag van de maand Jezus opstond, maar het was waarschijnlijk op de 16de of de 17de.) Om dit duidelijker te maken, laten wij het zo schrijven:
Laat na de sabbat, tegen het aanbreken van de zestiende dag van de maand, ging Maria...
Een zeer vroeg op de zestiende dag van de maand gingen zij naar het graf...
Toen Hij des morgens vroeg op de zestiende dag van de maand opgestaan was...
Maar op de zestiende dag van de maand gingen zij reeds vroeg ... naar het graf...
En op de zestiende dag van de maand ging Maria ... naar het graf...
En toen het dan avond was op die zestiende dag van de maand...
En toen wij op de zestiende dag van de maand vergaderd waren om brood te breken...
Elke zestiende dag van de maand legge ieder uwer naar vermogen iets weg...
Indien het zo stond, zouden wij weten dat de zestiende dag van de maand voor de eerste christenen van betekenis was, omdat Jezus op die dag van de maand uit het graf herrees. En hierdoor zouden wij ook weten dat zij op die dag vergaderden om brood te breken en dat zij op die dag iets afzonderden.
Of stel voor dat er overal de dag van het jaar stond, b.v. op Nisan 16, i.p.v. op de eerste dag van de week. Dan zouden wij weten dat Nisan 16 de dag was waarop christenen vergaderden om brood te breken en iets af te zonderen omdat Jezus op die dag van het jaar uit het graf herrees.
Maar zo staat het natuurlijk niet. Noch de 16de dag van de maand, noch 16 Nisan, waren van betekenis voor de eerste christenen, maar de eerste dag van de week wèl, want zij herdachten de opstanding van Jezus wekelijks, niet maandelijks, of jaarlijks.
De vermeldingen van de eerste dag van de week in het Nieuwe Testament waren geen toeval.
Welke betekenis had dan de eerste dag van de week voor de eerste christenen?
De eerste dag van de week is de opstandingsdag van Christus (Matteüs 28:1-7; Marcus 16:1-9; Lucas 23:56 -- 24:5; Johannes 20:1,2, 19-29).
De eerste dag van de week was de dag waarop de eerste christenen vergaderden om brood te breken (Handelingen 20:7; 1 Korintiërs 11:23-26, 33). De tekst in Korintiërs maakt duidelijk hoe wij de tafel des Heren moeten eten. Uit deze tekst is ook duidelijk dat de christenen bij hun gewone vergadering het brood braken (en niets slechts ééns per jaar). En Handelingen 20:7 laat ons weten wanneer zij hiervoor samenkwamen.
De eerste dag van de week was de dag waarop de eerste christenen iets van hun middelen afzonderden (1 Korintiërs 16:1,2)
Is er sprake van de eerste dag van de week in de vroege kerkgeschiedenis?
Wij baseren ons geloof op de Schrift, niet op kerkgeschiedenis. Toch kan kerkgeschiedenis soms bepaalde teksten in de Schrift verduidelijken, en die kan ook onjuiste beweringen van valse leraars over de kerkgeschiedenis weerleggen.
Soms hoort men b.v. de bewering dat Constantijn de zondag als christelijke vergaderdag heeft bepaald. Deze bewering is volkomen vals. Wel heeft Constantijn de reeds bestaande christelijke vergaderdag voor het eerst in het Romeinse Rijk wettelijk erkent. Maar dat is iets heel anders.
Hier volgen enkele aanhalingen uit de vroege kerkgeschiedenis, die over de eerste dag van de week spreken. (Alleen aanhalingen worden gebruikt waarover er geen twijfel bestaat omtrent hun echtheid.)
Justinus de Martelaar (110-165 n.Chr.) in zijn eerste verdediging, gericht aan Antonius Pius, hoofdstuk 67.
"En op de dag genoemd zondag, allen die in steden of op het land wonen, vergaderen op één plaats en de gedenkschriften van de apostelen of de geschriften van de profeten worden voorgelezen, zolang de tijd het toelaat.
"Daarna, wanneer de voorlezer klaar is, geeft de voorzitter mondelings onderricht en vermaant tot het volgen van deze goede dingen. Daarna staan wij allen samen en bidden, en, zoals wij al zeiden, wanneer ons gebed ten einde is, brood en wijn en water worden gebracht, en op gelijke wijze offert de voorzitter gebeden en dankzeggingen volgens zijn bekwaamheid. En het volk stemt daarmee in door 'amen' te zeggen. En er wordt aan een ieder uitgedeeld en zij nemen deel aan datgene waarover de dankzegging werd uitgesproken, en aan degenen die afwezig zijn, wordt een deel door de dinaars gezonden.
"En zij die bemiddeld zijn en die gewillig zijn, geven volgens eigen goeddunken, en wat wordt verzameld wordt door de voorzitter bewaard, die voor de wezen en weduwen zorgt, en voor allen die door ziekte of door enige andere oorzaak behoeftig zijn, en voor hen die in de gevangenis zijn, en voor vreemdelingen die onder ons zijn, en in één woord, zorgt voor allen die behoeftig zijn.
"Zondag is de dag waarop wij allen onze algemene bijeenkomst houden, want die is de eerste dag waarop God, toen hij de duisternis en de stof veranderde, de wereld schiep, en Jezus Christus onze Heiland verrees op diezelfde dag uit de doden." [Dit werd 150 jaar vóór de tijd van Constantijn geschreven, en slechts 50 jaar na de dood van de apostel Johannes.]
In de brief van Barnabas (niet de Barnabas in de Schrift), die tussen 120 en 150 na Christus werd geschreven, lezen wij: "Daarom ook houden wij de achtste dag met blijdschap, de dag waarop Jezus uit de dood herrees."
Bardesanes, uit Edessa, schreef rond 180 na Christus: "En wat zullen wij zeggen van die nieuwe ras, van ons christenen, wie Christus bij Zijn komst in ieder land en in ieder gewest heeft gezaaid? Want zie, waar wij ook zijn, worden wij allen na de ene naam van Christus genoemd: christenen. Op één dag, de eerste van de week, komen wij bijeen."
Deze aanhalingen uit de vroege kerkgeschiedenis bewijzen dat de bewering dat Constantijn de zondag als vergaderdag zou hebben bepaald, volkomen vals is.
In het Nieuwe Testament wordt geleerd, dat de eerste dag van de week voor de eerste christenen van betekenis was, omdat Jezus op die dag van de week uit het graf verrees. Zij vergaderden op iedere eerste dag van de week om aan de tafel des Heren deel te nemen, en toen zij bijeen waren, hebben zij iets voor goede werken uit hun middelen opzij gelegd.
Het was ook verkeerd om deze vergadering te verzuimen: "Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen" (Hebreeën 10:25).
In navolging van de eerste gelovigen in gehoorzaamheid aan het woord van Christus, komen ook vandaag op iedere eerste dag van de week miljoenen gelovigen bijeen om aan het brood en de beker des Heren deel te nemen, en om zich te verheugen dat Jezus uit de dood is opgestaan!
Roy Davison
De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).