De geschiedenis van de Gemeente


Deel 1: Haar taak in de wereld

 "En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet" (Openb. 22:17).

 De Geest en de bruid zeggen: Kom! Kom tot God om leven en heil te ontvangen!

 De bruid is de gemeente van Christus (Verg. Openb. 21:2,9,10 met 2 Kor. 11:2; Gal. 4:25,26 en Hebr. 12:22-24) waarvan Christus zei: "Ik zal mijn gemeente bouwen" (Matt. 16:18). Hij heeft ook belooft om met haar te zijn tot aan de voleinding der wereld (Matt. 28:20).

 Het is de taak van deze bruidsgemeente om een zondige wereld tot Christus te roepen.

 God verlangt dat de afgedwaalde mensenkinderen tot Hem zouden terugkeren om weer in Zijn familie opgenomen te worden, om kinderen Gods te worden.

 De gemeente is dan ook het zaad of het nageslacht Gods. "Want wat zoekt die éne? Het zaad Gods" (Mal. 2:15). Zie ook Joh. 1:12,13; Rom. 8:14 en 1 Joh. 3:1,2.

 De rode draad doorheen gans de Schrift is dat God redt! Onze redding gebeurt volgens Zijn raadsbesluit dat in Christus vast lag zelfs vóór de wereld geschapen werd: "Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil" (Ef. 1:4,5). Christus is het heil dat verschenen is in de volheid der tijden om alles samen te vatten onder één Hoofd (Ef. 1:10).

 Zo wordt Gods wijsheid nu door de gemeente bekendgemaakt: "opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd" (Ef. 3:10,11).

 De gemeente draagt de volheid van Christus uit door haar geloof, liefde, werken, leer, prediking en godsvrucht, omdat het Jezus is die alles in allen volmaakt (Ef. 1:23; 4:10). De Geest van Christus woont in de leden van Zijn lichaam (Rom. 8:9).

 Velen menen dat het hoofddoel van God bij de schepping was het plaatsen van Adam in Eden in een gelukkige wereld. Daarom denken zij dat Jezus nu nog eens alles moet komen overdoen, om dit te verwezenlijken in een nog toekomstige periode van 1000 jaar, alsof de val van Adam een mislukking van Gods plan was die achteraf hersteld moest worden.

 Paulus leert echter over Christus dat alle dingen door Hem en tot Hem geschapen zijn: "Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente" (Kol. 1:15-18). Alles is dus tot Christus geschapen, niet tot Adam! De schepping is het midden om vele zonen Gods voort te brengen (Hebr. 2:10-15).

 Zoals een rups zich ontpopt in een cocon om uiteindelijk als een prachtige vlinder eruit te komen, zo ook is deze schepping de gelegenheid om tot heil in Christus te komen. "Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods. Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om (de wil van) Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods" (Rom. 8:19-21).

 Wat is de taak van de gemeente? Zij draagt door de volheid van Christus de heilsboodschap uit in deze wereld tot lof en eer van God de Vader.

Tony Geens

De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).